De federale overheid heeft eind 2025 een aantal gerichte fiscale aanpassingen doorgevoerd in de tweede en derde pensioenpijler. Geen revolutionaire maatregelen maar ze kunnen wel een (positieve) invloed hebben op uw eigen situatie. De tweede pijler krijgt een fiscale stimulans terwijl de derde pijler voorlopig stabiliteit biedt.
Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ): hogere plafonds en bredere toegang
Zelfstandigen die sociale zekerheidsbijdragen betalen kunnen op individuele basis aan pensioenopbouw doen met fiscaal voordeel van de overheid. De premies die je hiervoor opbouwt zijn fiscaal aftrekbaar als beroepskost via de personenbelasting. Vanaf 2026 stijgt het bijdragepercentage (het percentage dat je maximaal mag storten in VAPZ) van 8,17% naar 8,50% en voor een sociaal VAPZ stijgt dit zelfs naar 9,78%.
Dit bijdragepercentage wordt berekend op het referentie-inkomen of geherwaardeerd inkomen dat u steeds kunt raadplegen op uw laatste sociale kwartaalbijdrage.
Bovendien wordt het toepassingsgebied uitgebreid tot alle zelfstandigen in bijberoep. Voor architecten die hun activiteit combineren met een onderwijsopdracht of een mandaat kan dit een nieuwe optimalisatiemogelijkheid openen.
Pensioenopbouw voor Zelfstandigen (POZ) zonder premietaks
Als u als zelfstandig architect niet werkt onder een vennootschap, kunt u naast het Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) ook nog extra pensioenopbouw verwezenlijken in de vorm van POZ (Pensioenopbouw voor Zelfstandigen).
Sinds 10 januari 2026 wordt op Pensioenovereenkomsten voor Zelfstandigen (POZ) geen premietaks van 4,40% meer geheven. Dat lijkt technisch, maar het effect is tastbaar. Het budget dat u vandaag reserveert voor uw aanvullend pensioen blijft identiek, alleen vloeit voortaan een hoger bedrag naar uw pensioenreserve.
Derde pijler: behoud van de maxima, zonder indexatie
Voor de derde pijler kiest de overheid voor stabiliteit tot eind 2029. De fiscale plafonds voor pensioensparen en langetermijnsparen (mogelijk voor alle natuurlijke personen vanaf 18 jaar) blijven behouden en worden dus niet geïndexeerd in deze periode in tegenstelling tot vorige jaren.
Concreet blijft het plafond voor langetermijnsparen vastgelegd op 2.450 euro (retroactief toegepast vanaf inkomstenjaar 2025). Voor pensioensparen blijven de maxima van 1.050 euro en 1.350 euro gelden van inkomstenjaar 2026 tot en met 2029. Pas vanaf inkomstenjaar 2030 worden deze bedragen opnieuw geïndexeerd.
Op korte termijn verandert er dus weinig. Op langere termijn betekent het uitblijven van indexatie wel dat de reële fiscale stimulans geleidelijk afneemt. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar het vergt wel wat extra aandacht in uw totale pensioenarchitectuur.
De verhouding tussen de verschillende mogelijkheden in (fiscale) pensioenopbouw kan complex zijn. Weet dat wij al deze producten aanbieden en steeds met u in overleg kunnen gaan om zo tot de beste keuze te komen.